BLOG: De onwenselijkheid van twee strikt gescheiden vrouwenpelotons

BLOG: De onwenselijkheid van twee strikt gescheiden vrouwenpelotons

Bij de mannen wordt het samen rijden van profs met continentale renners gekoesterd. Op die manier immers kunnen aankomende talenten de managers van profteams tonen wat ze in hun mars hebben. En komen ze er achter wat ze nog aan werk te verzetten hebben om ooit ook tot de pro continentale of zelfs WorldTour-teams door te dringen. Renners als Dylan Groenewegen, Sam Oomen, Nick van der Lijke, Dylan van Baarle en vele anderen staken zo hun neus aan het venster de afgelopen jaren. In de jaren daarvoor was immers gebleken dat de stap van de beschermde eigen omgeving naar de profrangen, van de Ster van Zwolle naar de Omloop Het Nieuwsblad, veel te groot was. Natuurlijk moet er niet alleen tegen profs gekoerst worden, onderlinge competitie en het rijden voor de winst zijn ook belangrijke leermomenten. Die mix werkt momenteel goed bij de mannen. Renners die overstappen, slaan nog maar zelden een modderfiguur.

Bij de vrouwen moeten we oppassen dat we geen absolute scheiding gaan doorvoeren tussen de Women's WorldTour enerzijds en de Nederlandse kalender anderzijds. Vanuit de clubs is de afgelopen jaren terecht aangedrongen op een eigen competitie - de Centric Clubcompetitie - en ook een aantal criteriums is alleen nog maar voor clubrensters te rijden. Heel begrijpelijk dat deze rensters - die tijd, ervaring of talent ontberen om het tegen de top op te nemen - op hun eigen niveau voldoening te halen uit het rijden van wedstrijden. Bij CyclingOnline.nl schenken we daarom graag aandacht aan de Centric Clubcompetitie. Maar het zou doodzonde zijn als de talenten van morgen - die tegenwoordig nog maar zelden direct door een UCI-team worden opgepikt - niet meer de mogelijkheid krijgen te sparren met de toppers van het vrouwenpeloton. Was het niet in de Healthy Ageing Tour dat Nicole Steigenga, bij de junior-vrouwen toch echt al wel van het predikaat talent voorzien, zich nadrukkelijk in de kijker reed. En nu met Karlijn Swinkels- nota bene in 2016 de wereldkampioene tijdrijden bij de junior-vrouwen - de enige eerstejaars belofte is in een Nederlands UCI-team. En was het niet in de Boels Rental Ladies Tour dat Evy Kuijpers kon laten zien dat ze mee kan strijden om een topklassering in een sterk bezette koers? 

 


De 1.2- en 2.2. wedstrijden in Nederland hebben daarmee een belangrijk functie. Niet alleen voor de talenten van morgen, maar ook voor de rensters die wel een contract bij de UCI-teams kregen, maar nog niet klaar zijn om direct Anna van der Breggen, Marianne Vos of Ellen van Dijk te kunnen volgen. Het is belangrijk voor hun motivatie om in de Omloop van Borsele of de Omloop van de IJsseldelta te kunnen laten zien dat ze wel degelijk wat in hun mars hebben. Ook als dat in de Waalse Pijl of de Ronde van Vlaanderen even niet gelukt is.  De .2-wedstrijden staan echter onder druk. De toppers geven zaterdag grotendeels forfait voor de Zeeuwse vrouwenklassieker Omloop van Borsele. Voor een organisator als de Ronde van Gelderland is die verminderde belangstelling al reden om niet meer te organiseren. Voor de Parel van de Veluwe reden genoeg om een eerste .2-wedstrijd al voortijdig af te schieten. Ik ben blij te zien dat Boels-Dolmans dan in ieder geval de volgende twee wedstrijden (de Marianne Vos Classic en de IJsseldelta) op het programma heeft staan. Al snap ik heel goed dat de Women's WorldTour hun prioriteit heeft. Ook voor teams met jong talent is het belangrijk om dit soort koersen te rijden. En voor de organisator zeer welkom om ook de sterren van de WorldTour te mogen begroeten. Al snapt iedereen al lang dat een plek op de Europese kalender geen garantie meer is voor een sterrenveld. Zoals dat niet al te lang geleden nog was.

We moeten voorkomen dat het Nederlands Kampioenschap straks de enige serieuze wedstrijd is waar jonge rensters zich in de kijker kunnen rijden, zich kunnen afzetten tegen de top. Want dan gooien we weg waar we in Nederland zo sterk in waren: door een groot wedstrijdaanbod zorgen voor een goede kweekvijver. Een vijver waar de afgelopen jaren al die huidige toppers uit voort gekomen zijn. Het is een schrikbeeld dat we over een paar jaar constateren dat die vijver droog gevallen is op het moment dat een aantal dertigers uit het peloton een punt achter hun loopbaan zet. Dan hebben we er echt met z'n allen bij staan kijken dat Nederland haar dominantie in het vrouwenwielrennen kwijt is. De sprong van de junior-vrouwen naar de absolute mondiale wereldtop van de Women's WorldTour is de meeste rensters immers veel te groot.

Tekst: Roy Schriemer