Voltijd moeder en gek op de fiets

Voltijd moeder en gek op de fiets

Voltijd moeder en wielrennen op een hoog niveau. Het kan. Olga de Boer is hier het bewijs van. 39 jaar, drie kinderen en gek op haar fiets.

Tekst: Ellis Heijboer; Foto: Sportfoto

“Het is inmiddels het achtste jaar dat ik wedstrijden rijd. Drie jaar voordat de kinderen kwamen en vijf jaar geleden ben ik er weer mee begonnen. In 2004 stopte ik ermee. Ik kreeg de ziekte van Pfeiffer en had het niet meer naar mijn zin op de fiets. Na een criterium heb ik mijn fiets opgepakt en in de bosjes gegooid. Een man kwam langs en vroeg: ‘Zal ik hem meenemen?’ ‘Ja’, antwoordde ik. De oom van mijn man zei tegen me: ‘Stop toch gewoon even met fietsen.’ Toen kwamen de kinderen.“

 


Haar dochter is zes, haar zoontjes zijn zeven en negen. “Toen ik zwanger was van mijn derde, begon het weer te kriebelen en bestelde ik een fiets. Op de dag dat ik beviel, kwam de fiets binnen. Aan de ene kant van de kamer stond een wieg, aan de andere kant een nieuwe racefiets. Twee weken later reed ik alweer honderd kilometer.” 

Inmiddels is De Boer aan haar vijfde jaar bij Swabo Ladies begonnen. Een clubteam waar veel jonge meiden rijden. Met dat team rijdt ze veel clubteamwedstrijden, maar ook een aantal klassiekers. “Maar die probeer ik niet te veel te rijden. Deze klassiekers zijn vaak verder weg en dat is lastig met de kinderen.” 

Tour of Norway
Bij clubteamwedstrijden mogen over het algemeen geen vrouwen starten die bij een UCI-team rijden. Bij de klassiekers is dit anders. Dit zijn wedstrijden als Gent-Wevelgem en de Ronde van Vlaanderen, waar ook vrouwen als Marianne Vos en Kirsten Wild aan de start staan.

“Wel heb ik in de zomer de Tour of Norway gereden, maar daar maakte ik een vakantie van. Samen met mijn man, die recreatief fietst, en de kinderen trok ik door Noorwegen en Zweden met de camper.” 

Het begin van de zomer liep niet helemaal volgens plan. “Begin juni werd ik ziek en ben ik veel naar het ziekenhuis geweest. Uiteindelijk kreeg ik de diagnose astma. Door goede medicatie voel ik me nu super. Ik heb veel korte klasseringen gereden.” 

Zo werd De Boer tiende in het algemeen klassement van de clubcompetitie, won ze een tijdrit en eindigde ze als derde in het District Kampioenschap Tijdrijden Zuid-Holland.

Onbegrip
Niet iedereen in haar omgeving begrijpt wat ze doet. “Op dat gebied is het soms wel eenzaam. Anderen zien mij als moeder, maar ik ben daarnaast ook wielrenster. Ik ben een topsporter, maar mijn leven is daar met de kinderen niet naar. Daardoor loop je jezelf wel eens voorbij. Het gebeurt wel eens dat ik tegelijk met de kinderen naar bed ga. Nog even Goede Tijden, Slechte Tijden kijken of een boek lezen en dan slapen. De volgende dag gaat om zes uur weer de wekker. Feestjes en verjaardagen zeg ik daarom vaak af.”

Op de vraag of het fietsen dit alles waard is, antwoordt De Boer beamend. “De fiets geeft vrijheid en ontspanning. Als je een rottijd achter de rug hebt, kan je je kop leegfietsen. de kick van de koers, daar doe ik het voor. Drie jaar geleden overleed mijn broer. De eerste wedstrijd die ik daarna reed, werd ik eraf gereden. Ik kwam als laatste binnen, begeleid door de politie. Eenzaam en huilend over de streep. Maar ik moest die wedstrijd van mezelf uitrijden.”

Natuurlijk heb ik ups en downs, maar dat heeft iedereen. Je leert ermee omgaan. Elk jaar zeg ik weer dat dit mijn laatste seizoen is, maar dat zei ik vorig jaar ook. Ik voel dat ik nog steeds beter wordt. Iemand zei tegen me: ‘Jij stopt dit jaar helemaal niet’, en dat zou zomaar zo kunnen zijn.”