Jeanine Laudy: Emancipeert de wielerjournalistiek ook mee?

 Jeanine Laudy: Emancipeert de wielerjournalistiek ook mee?

Aan het begin van dit jaar loop ik de grote perszaal binnen van de Omloop het Nieuwsblad. Eén van de twee, want in het congrescentrum zijn er twee grote zalen naast elkaar gereserveerd voor de internationale pers die verslaglegt van deze wedstrijd. De tafels staan vol met laptops, bekertjes koffie, camera’s en schrijfblokken. Achter die laptops zitten mannen. Overal mannen.

Helemaal achteraan is er nog een plekje vrij aan één van de tafeltjes, waar ik zelf ook mijn laptopje openklap, de kabel in de stekkerdoos steek en het wifi-wachtwoord invoer. Ik begin mijn verhaal over de vrouwenwedstrijd, waarvan de laatste 50 kilometer zojuist zijn ingegaan, in het CMS van Ella CyclingTips te typen. Dat is de Australische website over vrouwenwielrennen waar ik sinds 2016 voor werk. Omdat de mannenwedstrijd op een groot scherm voorin de perszaal te volgen is, met het commentaar van Michel Wuyts en José de Cauwer galmend door de speakers, lukt het me maar moeilijk om me te concentreren op mijn verslag van de vrouwenwedstrijd.

Terwijl ik bezig ben met schrijven komt er een jonge vrouw naar me toe. Aha, toch nog een andere vrouwelijke journalist hier aanwezig! “Jij schrijft vast ook over de vrouwenwedstrijd, toch?” Enigszins tegenstribbelend zeg ik ‘ja’. Ik ben zelfs bijna een beetje beledigd; omdat ik een vrouw ben, zal ik waarschijnlijk wel over de vrouwenwedstrijd schrijven?! Maar dat gevoel gaat natuurlijk snel weg op het moment dat ik bedenk dat ze gelijk heeft en ‘t dus bij het rechte eind. 

 


Na mijn bevestiging dat ik over de vrouwenwedstrijd schrijf, vraagt ze me of ik weet of de vrouwen ook een persconferentie zullen geven. Ze wijst naar het podium, waar voor een groot scherm met sponsorlogo’s een tafel en drie stoelen klaarstaan. Voor de nummers 1, 2 en 3 van de mannenwedstrijd. Maar of de vrouwen ook een persconferentie geven? Pfoe, geen idee. “Waarschijnlijk niet”, antwoord ik aan mijn vrouwelijke collega, “want dat gebeurt eigenlijk nauwelijks.” Aan het tafeltje voor mij draait iemand zich om en antwoordt dat we er inderdaad maar vanuit moeten gaan dat er geen persconferentie komt met de winnares, dus dat we zeker naar de finish moeten gaan om daar met de rensters te kunnen spreken.

De vrouwelijke journaliste bedankt me en loopt terug naar haar computer. Later zie ik haar weer bij de finishstrook, waar Lizzie Armitstead solo over de streep komt in haar regenboogtrui. Tijd om te vragen hoe de wedstrijd haar is vergaan krijgen we niet, ze wordt meteen van het parcours afgeleid. Gelukkig krijgen we wel de mogelijkheid om de nummers 2 en 3, Chantal Blaak en Tiffany Cromwell, kort te spreken. De vrouwelijke journaliste en ik, en een handjevol mannelijke collega’s, lopen de rensters af voor wat quotes, om vervolgens weer terug te keren naar de perszaal en het verslag van de wedstrijd te verfraaien en af te ronden.

Dat de mannenwedstrijd het ‘hoofdnummer’ van de dag is, dat begrijp ik en daar kan ik mee leven. Het is jammer en ik hoop dat beide sporten ooit compleet gelijkwaardig worden, maar op dit moment ben ik al heel blij met alle organisatoren van grote wedstrijden die naast een mannenkoers ook een vrouwenkoers organiseren. Want ik sta aan de kant van de mensen die menen dat dát het vrouwenwielrennen vooruit kan helpen. 

Waar ik echter minder blij van word, is dat vrijwel alle wielerjournalisten van het mannelijke geslacht zijn. Bij een vrouwenkoers zie je veel mannen en verslaglegging van mannenkoersen gebeurt eigenlijk uitsluitend door mannen – met José Been, Marijn de Vries en Laura Meseguer als zeer grote uitzonderingen. Ik houd van het vrouwenwielrennen en schrijf er met veel passie en plezier over. Maar juist uit emancipatie in de wielerjournalistiek hoop ik ooit ook over de mannensport te kunnen schrijven. Zodat het stigma doorbroken wordt dat een vrouwelijke wielerjournalist ‘dus’ alleen over het vrouwenwielrennen schrijft. Het vrouwenwielrennen emancipeert, de ploegen worden steeds professioneler, er is nu zelfs een Women’s WorldTour. Tijd dat ook de wielerjournalistiek meeëmancipeert! 

Deze column verscheen eerder in ‘La Cannibale’, een eenmalig, volledig aan het vrouwenwielrennen gewijd tijdschrift, als afstudeerproject van Mieke Docx. Deze Belgische belofterenster wielrent zelf bij Jos Feron Lady Force en schrijft over het vrouwenwielrennen op Zotvanfietsen.be en Wielerverhaal.com.